Theorieën en oorzaken

Adipokines

Vetweefsel gedraagt zich als een klier die onder andere stoffen afgeeft die een functie hebben in het afweersysteem. Deze stoffen heten adipokines. Sommige bevorderen het ontstaan van ontstekingen. Ontstekingen zijn per slot van rekening nodig om lichaamsvreemde stoffen af te weren. Deze adipokines verlagen helaas ook de insulinegevoeligheid, werken vaatvernauwend en brengen schade toe aan bloedvaten.

Paarden met obesitas of adipositas hebben een verstoorde productie van adipokines. Vetweefsel in de manenkam produceert meer adipokines dan onderhuids vet. Adipositas is dus een slechter voorteken dan obesitas.

Adipokines zijn signaaleiwitten. Dit zijn eiwitten die geactiveerd worden door receptoren op de celwand. Vervolgens zorgen zij voor de communicatie binnen de cel.

Leptine

Een belangrijke adipokine is het peptidehormoon leptine. Leptine wordt via het bloed naar de hersenen getransporteerd waar het zich bindt aan de leptinereceptoren op de wand van de hersencellen van het regelcentrum, de hypothalamus. Veel vetcellen in het lichaam betekent veel leptine. De hypothalamus ‘regelt’ vervolgens dat de voedseltoevoer omlaag gaat en de stofwisseling omhoog. Bindt er zich daarentegen weinig leptine aan de receptoren dan zal de boodschap zijn dat er meer gegeten dient te worden om het lichaamsgewicht op peil te houden. De stofwisseling wordt ook weer vertraagd. Leptine bewaakt hiermee de balans tussen honger en verzadiging.

Leptineresistentie

Hoe meer lichaamsvet het paard heeft, hoe meer leptine er in het bloed circuleert.
Bij een langdurig hoge leptinespiegel worden de leptinereceptoren minder gevoelig voor het hormoon. In deze toestand, die leptineresistentie heet, circuleert de leptine dus wel in het bloed, maar de hypothalamus reageert er niet adequaat op. Het paard eet meer dan het kan verbranden. Dit heeft zowel (verergering van) obesitas en/of adipositas als insulineresistentie tot gevolg.

Het blijkt, in ieder geval bij ratten, dat een langdurig hoge inname van fructose kan leiden tot leptineresistentie. Er is onderzoek gedaan waarbij ratten die voedsel kregen met een hoger gehalte fructose maar dezelfde hoeveelheid energie, leptineresistent werden.

Hengsten en ruinen hebben gemiddeld een hogere leptinespiegel dan merries. Dit is opvallend aangezien het bij mensen juist de vrouwen zijn die meer leptine in het bloed hebben. In de zomer is bovendien de hoeveelheid leptine in het bloed hoger dan in de winter.

Adiponectine

Adiponectine is een andere adipokine. Dit hormoon verhoogt de insulinegevoeligheid van het lichaam. Het is daarmee een van de hormonen die zorgen voor het optimaal houden van de bloedsuikerspiegel. Paarden met obesitas scheiden minder adiponectine af. Dit draagt bij aan het verergeren van insulineresistentie of het ontstaan ervan. Een vicieuze cirkel ontstaat doordat insulineresistente paarden ook een lagere adiponectinespiegel hebben. Adiponectine blijkt verder oxidatieve stress en ontstekingsverschijnselen te onderdrukken.

Share

1 Comment

  1. Pingback: Manuele lymfedrainage | Hoefbevangenheid : begrijpen, genezen, voorkomen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.