AnatomieBehandeling en preventie

Afwikkelpunt

Het is uitermate belangrijk dat een paard zijn hoeven correct op de ondergrond zet en vervolgens netjes afwikkelt. Doet hij dat niet dan kan dan leiden tot een verkeerde krachtverdeling op de hoef. In het geval van hoefbevangenheid zijn het vooral de beschadigde lamellenverbinding, de punt van het hoefbeen en het gedeelte van de zool waar deze laatste van binnenuit op drukt, die baat hebben bij een juiste afwikkeling. Essentieel hierin is de plaats waar het zogenoemde afwikkelpunt zich bevindt. Dit punt zal zich van nature vormen, maar kan ook door de hoefverzorger in enige mate verplaatst worden. Hij zal dit doen om het afwikkelen te verbeteren en daarmee de krachtverdeling op de drie hier genoemde anatomische onderdelen te verbeteren.

Het afwikkelen van de hoef is geen vast moment in de tijd. Het begint zodra de hiel loskomt van een harde bodem of de teen in een zachte bodem wegzakt. Het eindigt zodra de hoef vrijkomt van de grond. Tijdens dit proces draait (pivoteert) de hele hoef over het afwikkelpunt naar voren.

Bekappen

Bij het bekappen van een hoefbevangen paard hanteren we als vuistregel dat het afwikkelpunt zó moet liggen dat er tijdens het afwikkelen van de hoef, gedurende een zo kort mogelijke periode, zo min mogelijk druk op de beschadigde lamellenverbinding wordt uitgeoefend. Dit betekent vaak dat het afwikkelpunt iets verder naar achter gebracht wordt dan bij een gezonde hoef het geval zou zijn. Vanaf het afwikkelpunt zal de teen vervolgens onder een hoek van ongeveer 30° afgeschuind worden om de laatste fase van het afwikkelen verder te vergemakkelijken. Dit is alleen mogelijk als de zool dik genoeg is. Om hier zekerheid over te hebben zijn röntgenfoto’s wel erg handig. Staat de zooldikte het terugbrengen van het afwikkelpunt niet toe en is dit toch noodzakelijk, dan kun je hoefschoenen gebruiken. Je hoefverzorger kan naar hartenlust in de rubberen zool raspen.

Het manipuleren van het afwikkelpunt is niet zonder risico. Tijdens de hele afwikkeling van de hoef spelen er allerlei biomechanische krachten een rol. Hoefwand, spieren, pezen, ligamenten, botten, kraakbeen en straalkussen zijn allemaal onderhevig aan deze krachten. Het moet om deze reden niet te veel en niet langer gedaan worden dan strikt noodzakelijk is voor het ziekteherstel. Na ongeveer vier maanden zal de nieuw aangegroeide hoefwand al sterk genoeg zijn om weer voorzichtig belast te worden. Het afwikkelpunt kan geleidelijk weer naar zijn natuurlijke positie worden gebracht: de distale projectie van het hoefbeen.

Distale projectie van het hoefbeen

Op de zool is vaak te zien waar, in de hoefcapsule, de rand van het hoefbeen zich bevindt. Deze zogenoemde distale projectie van het hoefbeen is zichtbaar als een richeltje hoorn dat een hogere dicht- en/of hardheid lijkt te hebben. Soms is het niet meer dan een kleurverschil met de rest van de zool. Een paar vegen met een staalborstel over de zool maken deze rand soms beter zichtbaar. Feitelijk hebben we het hier over een eeltlaag. Deze ligt een paar millimeter vóór de plaats waar de rand van het hoefbeen zit.

Distale projectie van het hoefbeen

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.