Leefomstandigheden

Graszaadhooi

Graszaadhooi (ook: gedorst hooi) is een beoogd bijproduct met economische waarde bij de teelt van gras voor het zaad. Het overgrote deel van de NSK’s zit in het zaad dat naar de zaadhandel gaat. De stengels bestaan voornamelijk uit ruwe celstof (structurele koolhydraten) en vormen, gedroogd tot hooi, goed energie-arm ruwvoer voor hoefbevangen paarden of paarden die gewicht moeten verliezen.

De meest gekweekte grassoorten zijn Engels en Italiaans raaigras, rood- en rietzwenkgras. Soms wordt ook veldbeemdgras of timotheegras gebruikt. Timotheegras en roodzwenkgras bevatten van nature minder NSK’s dan de andere genoemde grassoorten. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor het hooi van deze grassen. Met een beetje geluk kan je fouragehandelaar je dit hooi leveren.

Voordelen

Naast dat graszaadhooi minder energie bevat moeten paarden ook flink kauwen op dit ruwvoer. Dit zorgt voor een verhoogde speekselproductie wat de spijsvertering ten goede komt. De structurele koolhydraten maken daarnaast dat de darmen harder aan het werk moeten.

Nadelen

Toch kleven er ook nadelen aan het voeren van graszaadhooi. Zo bevat het vaak minder vitaminen, mineralen, sporenelementen en vooral minder eiwitten dan gewoon hooi. Een ruwvoeranalyse is daarom aan te raden. Mocht er een tekort zijn, dan is dit relatief eenvoudig op te lossen door te supplementeren.

Gifstof

Een groter probleem is het feit dat er voor de productie van graszaad soms gebruik gemaakt wordt van gras dat besmet is met een symbiotische schimmel (endofyt), die de plant sterker maakt en beschermt tegen insectenvraat. Helaas geeft deze schimmel ook een gifstof (mycotoxine) af die in verband wordt gebracht met hoefbevangenheid. Het kan ontstekingsreacties veroorzaken of verergeren. Ook heeft het een vaatvernauwend effect, met name in tijden van stress, ziekte of opwinding. Dit kan leiden tot een verminderde doorbloeding van de lamellen en een verhoging van de bloeddruk in de hoef.

Telerovereenkomst

Met het blote oog is niet vast te stellen of het graszaadhooi met endofyten besmet is. Fouragehandelaren die aangesloten zijn bij de Nederlandse Vereniging voor Fouragehandel laten hun hooileveranciers echter een telerovereenkomst ondertekenen waarin expliciet vermeld staat dat het hooi geen endofyten bevat.

Een derde nadeel van graszaadhooi is dat het vrijwel altijd bespoten is geweest om ziektes in het zaad te voorkomen. Ook wordt vaak kwistig met kunstmest gestrooid en vindt de teelt plaats op een door monocultuur uitgeputte bodem. Niet per definitie de ideale omstandigheden voor ‘gezond’ hooi.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.