Behandeling en preventieDiagnostiekLeefomstandighedenTheorieën en oorzaken

IJzeroverschot en insulineresistentie

De uitkomsten van een onderzoek uit 2012 veronderstellen dat een overschot van het spoorelement ijzer in het paardenlichaam bij zou kunnen dragen aan de ontwikkeling of verergering van insulineresistentie. Daar komt bij dat ijzer in het lichaam van een insulineresistent paard beter wordt opgenomen dan bij een gezond paard het geval is. IJzeroverschot en insulineresistentie zullen elkaar in dit scenario daardoor versterken. Er ontstaat een vicieuze cirkel.

De hoofdoorzaak van een ijzeroverschot bij paarden is de inname via voeding. Het ijzer komt in het bloed terecht. IJzer dat vervolgens niet via de urine en galvloeistof afgevoerd wordt, zal zich in verschillende organen ophopen. Dit verschijnsel noemen we ijzerstapeling (hemochromatose). Het zijn onder andere de milt, de alvleesklier, de hypofyse, de huid, maar vooral de lever waar ijzerstapeling plaatsvindt.

IJzeroverschot herkennen en vaststellen

Paarden met een ijzeroverschot – of een door een ijzeroverschot veroorzaakte verstoorde verhouding met koper, zink en mangaan – hebben vaak slechte hoeven. Denk hierbij aan ‘onverklaarbare’ hoefbevangenheid, steeds terugkerende abcessen, rotstraal, dunne zolen en scheurtjes in de hoefwand. Soms hebben ze een schilferige huid en verkleuring aan de manen en staart. Ook eten ze vaak opvallend vaak aarde, boombast en planten waar andere paarden hun neus voor ophalen. Ze kunnen lusteloos overkomen. Bij paarden die dergelijke tekenen vertonen, kan de dierenarts besluiten een bloed- en/of leveronderzoek uit te voeren.

 

Verkleuring aan de manen
(foto: Horse ideology) 

Bloedonderzoek

Bij een bloedonderzoek wordt er gekeken naar drie waarden: het ijzergehalte, het ferritinegehalte en de ijzerverzadiging. Als alle drie ongewoon hoog zijn, is dit een sterke aanwijzing dat er sprake kan zijn van een ijzeroverschot.

  • IJzergehalte
    Een hoog ijzergehalte in het bloed zegt iets over de totale hoeveelheid ijzer in het recent geconsumeerde voedsel. Op basis hiervan kan geen conclusie getrokken worden, maar het is wel een aanwijzing.
  • Ferritinegehalte
    Ferritine is een eiwit dat zorgt voor de binding van ijzer bij de opslag in lichaamscellen. Als de hoeveelheid ijzer in het lichaam stijgt, gaan lichaamscellen meer ferritine produceren het ferritinegehalte is daarmee een indicatie voor de totale hoeveelheid ijzer in het lichaam. Een hoog ferritinegehalte kán dus duiden op een ijzeroverschot, maar infecties of ontstekingen in het lichaam kunnen ook zorgen dat het ferritinegehalte in het bloed stijgt. Daarom is het niet nuttig om de dit bloedonderzoek uit te voeren bij een acuut hoefbevangen paard. De uitslag kan ook een vertekend beeld geven merries die drachtig zijn of die een hormoonbehandeling krijgen om de vruchtbaarheid te verbeteren, bij paarden met een leveraandoening en paarden met hoge ACTH-waarden (PPID paarden).
  • IJzerverzadiging
    Transferrine is een ijzertransporteiwit. Het bindt ijzer aan zich en vervoert dat naar onder andere de lever. Bij het vaststellen van de ijzerverzadiging, wordt gekeken hoeveel ijzer transferrine nog aan zich kán binden. Hoe lager deze waarde, hoe groter de kans dat er sprake is van een ijzeroverschot.

Leveronderzoek

IJzerstapeling in de lever kan alleen met zekerheid vastgesteld worden door een leverbiopt te nemen. Als er geen klinische verschijnselen van ijzerstapeling zijn, is het zinloos dit prijzige en pijnlijke weefselonderzoek uit te laten voeren. Met een leverecho kan aantasting van de lever in beeld worden gebracht.

Behandeling en preventie

Is er daadwerkelijk een ijzeroverschot vastgesteld, dan zal daar iets aan gedaan moeten worden. Behandeling en preventie bestaan uit het omlaag brengen van de hoeveelheid ijzer in het lichaam, de correcte opname van ijzer te bevorderen, de schade door het ijzeroverschot te beperken en de ijzerinname te beperken.

Om het ijzergehalte in het lichaam te verlagen kan aderlating toegepast worden. Het lichaam zal nieuw bloed moeten aanmaken. Hier is ijzer voor nodig. Het lichaam onttrekt dit aan het in de lever opgeslagen ijzer. Aspirine bevordert de opname van ijzer in de dikke darm. Er wordt onderzoek gedaan naar de rol van vitamine e en selenium. Verondersteld wordt dat deze de schade aan het lichaam door een ijzeroverschot kunnen tegengaan.

Om de ijzerinname beperken, is het zinvol te kijken naar bepaalde planten die in het weiland kunnen groeien. Vingergras, weegbree, wilde cichorei en vogelmuur bevatten veel ijzer. Bij deze laatste kan dit zelfs tot 40 keer zo hoog zijn als het ijzergehalte in gras. Paarden consumeren ook ijzer via kleine beetjes aarde die ze al grazend binnen krijgen.

 

Vogelmuur bevat veel ijzer
(foto: The forage foodie) 

Slootwater of opgepompt grondwater kan, vooral in veengebieden, te veel ijzer bevatten. Hoe groter de diepte waarvan water opgepompt wordt, hoe meer ijzer er vaak in zit. Door te mengen met kraan- of regenwater zorg je voor een lager ijzergehalte. Of geef zelfs alleen een van deze laatste twee. Je kunt je sloot- of grondwater laten testen. Tenslotte zijn er ook technieken om water te ontijzeren.

Een derde bron van ijzer betreft (geconcentreerd) voer en supplementen. Breedspectrum mineralensupplementen en mineralenlikstenen bevatten vaak erg veel ijzer. Vooral bij de roodgekleurde likstenen is dit het geval. Ook in veel geconcentreerde paardenvoeders (vitaminen- en mineralenbrokjes e.d.) Zit te veel ijzer. Jammer genoeg bevat bietenpulp ook veel ijzer. Bietenpulp wordt vaak aan hoefbevangen paarden gegeven, omdat het arm is aan NSK en als goede tijdelijke vervanger van gras kan dienen.

Krijgt je paard een magnesiumsupplement, geef dan liever geen magnesiumoxide. Hier zit relatief veel ijzer in. Magnesiumcarbonaat is een beter alternatief. Supplementen voor spieropbouw bevatten vaak calciumfosfaat, dat erg veel ijzer bevat.

Wees ook heel voorzichtig met supplementen tegen bloedarmoede. Deze zijn vaak herkenbaar aan iets als ‘haemo’ of ‘ferro’ in de naam. Weet ook dat dergelijke supplementen in de meeste gevallen niet nodig zijn. Een ijzertekort en aan voedsel gerelateerde bloedarmoede zijn zeldzaam bij paarden.

Ruwvoer- en bodemanalyse

Tenslotte is het belangrijk dat je je ruwvoer bij een laboratorium voor grond- en gewasonderzoek laat testen. De verhouding ijzer:koper:zink:mangaan moet voor insulineresistente paarden 4:1:3:3 zijn. Koper, zink en mangaan mogen zelfs iets hoger zijn voor een paard met een ijzeroverschot. Een matig overschot van deze elementen remt de opname van ijzer. Is de verhouding duidelijk anders dan hier genoemd, dan kan een supplement uitkomst bieden. Ga vooral niet zelf experimenteren, maar maak gebruik van de kennis, het inzicht en de ervaring van een voedingsdeskundige.

De bodem waar het gras op groeit kan te zuur zijn (lage pH). Hierdoor neemt de grasplant meer ijzer op. Dit is ook het geval op natte bodems. Ook kan de bodem te veel ijzer bevatten. Dit is in Noordwest-Europa heel vaak het geval. Je kunt de grond laten analyseren. Staar je hierbij niet blind op alléén ijzer. Houd er rekening mee dat een bodemonderzoek niet representatief is voor de hoeveelheid mineralen die uiteindelijk door de grasplant opgenomen wordt.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.