Behandeling en preventie

Madentherapie

Een onalledaagse bio-chirurgische behandeling met een nog experimenteel karakter is madentherapie. En hoewel de kans dat jouw paard deze ooit zal ondergaan bijster klein is, bespreken we hem hier toch.

Totdat antibiotische medicijnen in de jaren dertig van de vorige eeuw op grote schaal in de humane geneeskunde werden toegepast was het gebruik van maden redelijk gangbaar. Geïnfecteerd of afgestorven weefsel kan namelijk zeer efficiënt opgeruimd worden door steriele maden van de vleesvlieg. De bacteriën die in dit weefsel zitten worden door de maden verteerd. Gezond of helend weefsel laten zij met rust.

Door de aanwezigheid van maden verandert de zuurgraad van het omliggende weefsel wat een remmend effect heeft op bacteriegroei.

Verder scheiden ze een stof af, allantoïne genoemd, die als eigenschap heeft dat het weefsel aanzet tot de vorming van nieuwe cellen. Een tweede afscheidingsproduct is ammonia die een desinfecterende werking heeft. Bovendien produceren de maden enzymen die zowel ontstekingsremmend werken, het afgestorven weefsel zacht maken, de aanmaak van haar­vaten stimuleren, als de binding van bloedplaatjes vertragen. Door deze laatste eigenschap blijft de wond langer open waardoor de maden hun goede werk kunnen blijven doen.

Ten slotte is er het gekrioel van de maden. Hierdoor wordt het weefsel geprikkeld als gevolg waarvan er sneller en meer herstelweefsel (granulatieweefsel) door het lichaam wordt aangemaakt. De enige bekende bijwerking is het gevolg van dit bewegen van de maden. Het paard kan geïrriteerd raken van het gevoel en met de hoef gaan schrapen of tegen de stalwand slaan.

Werkwijze

De maden worden elke drie dagen vervangen door verse exemplaren. Vervolgens worden ze ingesloten met speciaal zuurstof- en vochtdoorlatend verband. Dit verband wordt dagelijks ververst. Volgens een andere methode wordt de hoef in een soort gipsverband gezet waar vervolgens een opening in wordt gemaakt waarlangs de wond bereikt kan worden.

Moeten de maden in de zool aan het werk, dan wordt vaak een verbandijzer aangebracht waar een plaat op vast te schroeven is. Zo worden de maden niet verpletterd door het gewicht van het paard. Het kan zijn dat het middel hier erger is dan de kwaal. Gezien het experimentele karakter van de therapie is er waarschijnlijk ook een behandeling mogelijk zonder maden en dus zonder ijzer.

Meer dan zuurstof en hun buffet van geïnfecteerd of afgestorven weefsel hebben maden niet nodig. Vooral op plekken waar de doorbloeding slecht is kunnen zij dus goed werk verrichten. In ‘Hoefbevangeheid : begrijpen, genezen, voorkomen’ kun je lezen dat afgestorven weefsel onder andere door afgeknepen bloedvaten ontstaat.

Toepassing

De meest voorkomende toepassing van maden met betrekking tot hoefbevangenheid is bij ontstekingen aan het hoefbeen (osteomyelitis). Hiertoe moet soms een opening in de hoefwand gemaakt worden om de maden ter bestemde plaatse te krijgen. Ook bij ernstige zoolperforaties met complicerende ontstekingen en bij chronische zoolabcessen lijkt deze therapie gunstige resultaten te leveren.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.