Theorieën en oorzaken

Polyurie en polydipsie

Een van de gevolgen van insulineresistentie is een verhoogde glucosespiegel in het bloed (hyperglykemie). Normaal gesproken zijn de nieren goed in staat glucose uit de zogenoemde voorurine te halen, voordat dit urine wordt. Is de hoeveelheid glucose in de voorurine echter hoger dan de maximale opnamecapaciteit van de nieren (de nierdrempel) dan komt er glucose in de urine terecht. Dit verschijnsel wordt glycosurie genoemd. De glucose houdt vocht vast, waardoor het paard meer gaat urineren (polyurie) en als gevolg meer gaat drinken (polydipsie). Polyurie en polydipsie zijn klinische verschijnselen van PPID en EMS/insulineresistentie.

De verhoogde cortisolspiegel die we in het bloed van paarden met PPID kunnen aantreffen heeft bovendien een remmend effect op het anti­diuretisch hormoon (ADH). Door het stimuleren van waterresorptie door de nieren zorgt ADH ervoor dat er minder water in de urine terechtkomt. Een remming van ADH is daarmee een tweede oorzaak van polyurie bij paarden met PPID. Bovendien wordt er al minder ADH aangemaakt. Dit komt doordat de vergrote middenkwab van de hypofyse drukt op het deel van de achterkwab (pars posterior, neurohypofyse) waar ADH opgeslagen wordt en van waaruit het in de bloedbaan terechtkomt.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.