Theorieën en oorzaken

Ook gezonde senioren lopen risico

PPID wordt bij iets meer dan 20% van paarden ouder dan 15 jaar vastgesteld. Bij 30-plussers gaat het zelfs om één op de drie paarden.  Ook al weten we nog steeds niet goed hoe PPID tot hoefbevangenheid leidt, het is toch het op één na meest voorkomende klinisch verschijnsel. Een onderzoek uit 2018 liet zien dat bijna 50% van de PPID-ers hoefbevangen was. Alleen hypertrichose scoorde hoger met 70%. Raakt je paard van 15 jaar of ouder onverklaarbaar hoefbevangen, dan is testen op PPID altijd een goed idee.

Insulinedysregulatie

Als er te veel insuline in het bloed circuleert, spreken we van hyperinsulinemie. Insulineresistentie is de situatie waarbij cellen niet goed reageren op insuline. Deze twee verschijnselen samen noemen we insulinedysregulatie (ID). Bij twee op de drie paarden met PPID is er sprake van insulinedysregulatie (al zijn er ook onderzoeken die één op drie noemen). Ter vergelijking: bij oude paarden zonder PPID, heeft maar 3% van de paarden verhoogde insulinespiegels.

25+ en gezond is geen garantie

Mooi, deze cijfers zijn geruststellend als je een senior hebt die geen PPID of ID heeft en goed op gewicht is. Jammer genoeg gaat die vlieger niet op. Een recent Zwitsers onderzoek (2020) heeft laten zien dat hoefbevangenheid bij oude, gezonde paarden zich niet laat voorspellen door een hoge BCS, CNS of verhoogde ACTH-spiegels. De paarden in dit onderzoek, die allemaal ouder waren dan 15 jaar, waren gezond en hadden geen kreupeheidsklachten of andere kenmerken van hoefbevangenheid. Een opvallende uitkomst was dat in de leeftijdsgroep van 25 jaar en ouder er drie keer zo vaak hoefbeenkanteling te zien was op röntgenfoto’s als in de groep van 15 tot 25 jaar. Of dit nu onder subklinische, laaggradige of gewoon klinische hoefbevangenheid valt, doet er niet zo veel toe. Belangrijker is om je te realiseren dat er zich dus veranderingen afspelen in de hoef die je noch kunt vaststellen doordat je paard gevoelig loopt, noch te voorspellen zijn door hormonale problemen zoals ID of PPID. Er werd in dit onderzoek namelijk geen verband gevonden tussen BCS, CNS of ACTH-spiegel (een indicator van PPID) en een verhoogd risico op hoefbevangenheid.

Elk jaar op de foto?

Je zou natuurlijk jaarlijks röntgenfoto’s van de hoeven van je oude paard kunnen laten maken, maar dat is water naar de zee dragen en bovendien kostbaar. Het is zinvoller om de leefomstandigheden van je oude paard te optimaliseren wat betreft voeding, huisvesting, beweging en hoefzorg. Dat is natuurlijk belangrijk voor alle paarden, maar het zou kunnen zijn dat het nog niet je volle aandacht heeft, omdat jouw oude paard géén PPID of insulineproblemen heeft en niet eerder hoefbevangen is geweest. Zorg ervoor dat dat laatste zo blijft. Waarbij we gelijk moeten zeggen dat je misschien dénkt dat dat zo is. Het kan namelijk goed dat je paard al wel een paar keer te maken heeft gehad met subklinische of laaggradige hoefbevangenheid (lees: Subklinische en laaggradige hoefbevangenheid). Sommige onderzoekers stellen dat dit de kans op het ontstaan van klinische hoefbevangenheid verhoogt. Misschien heb je zelfs niet in de gaten gehad dat je paard daadwerkelijk hoefbevangen is geweest (lees: Herken jij hoefbevangenheid op tijd?). Bij een ouder paard is de kans op deze twee scenario’s statistisch gezien natuurlijk groter. 

Optimale leefomstandigheden verkleinen het risico op hoefbevangenheid

Subklinische PPID

Een andere verklaring zou volgens de onderzoekers kunnen zijn dat bij de oudere paarden zich al wel PPID aan het ontwikkelen was, zonder dat er een verband met ACTH-waarden was vast te stellen. Dit wordt wel subklinische PPID genoemd. Het laat weer zien hoe belangrijk het is dat we er achter komen hoe PPID precies tot hoefbevangenheid leidt.

Hoge leeftijd=hoger risico

Zoals vaak laat ook dit onderzoek ruimte voor wat twijfel. Zo werden beslagen paarden met onbeslagen paarden door elkaar gegooid, net als verschillende rassen en was de onderzoekspopulatie aan de kleine kant. Er zaten ook geen paarden in het onderzoek met een hoge BSC of CNS. Onder het motto ‘baat het niet, dan schaadt het niet’, lijkt het toch een goed idee om hoge leeftijd als risico-indicator te beschouwen, zelfs als andere risico’s afwezig of onbekend zijn.  

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.